Wijnbouw en vinificatie

De Zuid-Afrikaanse wijnbouw is volop in ontwikkeling, zowel op het gebied van de viticulture als op œnologisch vlak. Terwijl in Europa al midden jaren tachtig (van de vorige eeuw) grote kwalitatieve ontwikkelingen plaatsvonden in de wijngaard en in de kelder, had Zuid-Afrika te lijden onder de economische sancties tegen het land. Pas na de afschaffing van apartheid en het installeren van een democratisch verkozen regering, kwamen Zuid-Afrikaanse wijnproducenten weer volop in aanraking met de meest recente kennis en ontwikkelingen van wijnbouw en wijn maken. Maar vanaf dat moment is het heel snel gegaan. De enorme toename van private cellars, buitenlandse investeringen in de Zuid-Afrikaanse wijnbouw, uitwisselingsprojecten voor talentvolle wijnmakers met andere wijngebieden en een open cultuur tussen wijnmakers onderling (informatie-uitwisseling); alles draagt sterk bij aan de goede ontwikkeling van de Zuid-Afrikaanse wijnbouw. En niet te vergeten: Stellenbosch University en Elsenburg Agricultural Training Institute zijn inmiddels vermaard om hun opleidingen op wijngebied en hun onderzoeksafdelingen.

Plantverbetering
Een van de belangrijkste verbeteringen in de Zuid-Afrikaanse wijnbouw van na apartheid, is de toegang tot  beter plantmateriaal. In de jaren ’60-’80 van de vorige eeuw kampten de Zuid-Afrikaanse wijngaarden op zeer grote schaal met virusziekten, en een gebrek aan toegang tot virus-vrije planten van buitenaf maakte het lastig de problemen goed te bestrijden, ondanks initiatieven van KWV. Met name grapevine leafroll virus blijkt hardnekkig en vormt nog steeds een probleem in Zuid-Afrika. Maar de ziekte wordt langzaam maar zeker onder controle gebracht. Daarin speelt de Vine Improvement Association (VIA), opgericht door KWV, een grote rol. VIA is nu een onafhankelijk opererende organisatie, waarin alle betrokken partijen verenigd zijn, met name producenten en kwekerijen (nurseries). Zij beheren het zogenaamde South African Plant Improvement and Propagation Programme, waardoor Zuid-Afrika nu beschikt over een zeer goede genenpoel van virus-vrij ent- en onderstammateriaal.
Terroirexpressie
Hierdoor kunnen wijnboeren tegenwoordig volop experimenteren met nieuwe druivenrassen, nieuwe klonen en nieuwe onderstammen, hetgeen de productie, de kwaliteit en de typiciteit van de wijnen ten goede komt. Vooral die laatste twee aspecten, kwaliteit en typiciteit, vinden wijnproducenten belangrijk tegenwoordig, hoewel ook productiviteit nog steeds van groot belang is voor de Zuid-Afrikaanse wijnindustrie. Daartoe wordt steeds beter onderzocht welke druivenrassen, klonen en onderstokken (en welk wijngaardmanagement) het best geschikt zijn voor de verschillende mesoklimaten en bodems van de Zuid-Afrikaanse wijngebieden. Een goede afstemming van druivenras op klimaat en bodem is voorwaarde nummer één voor terroirexpressie en daarop ligt in Zuid-Afrika steeds meer focus, geholpen door een duidelijke trend naar duurzaamheid. En zo ontstaat Zuid-Afrikaanse wijn die niet alleen goed gemaakt is, maar ook authentiek. Mooie voorbeelden zijn Chenin blanc van oude stokken uit warme gebieden, maar ook Sauvignon Blanc en Semillon van de koele kust.
Œnologie en minimal intervention
Vanzelfsprekend worden de methoden en technieken die men gebruikt in de wijnmakerij ook in Zuid-Afrika afgestemd op het type wijn en zijn kwaliteit die men voor ogen heeft. Zuid-Afrika kan ook op dat punt bogen op een grote diversiteit. Want enerzijds is het land in staat tegen geringe kosten goede basiswijn te produceren, die ook in bulk wereldwijd veel gevraagd is. Anderzijds is het juist het hogere segment duidelijk aan het ontwikkelen, met -zoals net gezegd- niet alleen kwalitatief goede, stijlvolle wijnen, maar ook wijnen met duidelijk herkomstkarakter en dus authenticiteit. Dit brengt met zich mee dat Zuid-Afrika zowel op het technisch-œnologisch gebied als op het meer filosofische gebied van wijn maken goed ontwikkeld is. Zo weet men tegenwoordig heel van gisten en hun mogelijkheden -Stellenbosch University is leidend in dat onderzoek- en van het effect van vergistingstemperatuur en -duur, maar is er ook een duidelijke ontwikkeling die naar meer ‘natuurlijk’ geproduceerde wijnen, wijnen die tot stand komen door ‘minimal intervention‘.

In de praktijk is met name een zekere verschuiving van varietal wines (in de zin van wijnen die vooral naar hun variëteit ruiken en smaken) naar meer gebiedstypische wijnen zichtbaar, die best van maar één druivenras gemaakt kunnen worden, indien de variëteit maar past bij het terroir. Men beseft dat bijvoorbeeld sauvignon blanc in relatief koele gebieden zoals Elgin en Elim betere, aromatische interessantere wijnen geeft dan in de warmte van veel delen van Stellenbosch bijvoorbeeld. En ook steeds meer dat goede blends misschien wel dé optie zijn om in warme gebieden goede en originele wijnen te maken. Maar tegelijkertijd is het lastig om te generaliseren; zo is Chardonnay uit het warme Robertson een absolute specialiteit van Zuid-Afrika, en wordt er zowel in het warme, meer continentale Swartland en Paarl als in het koelere, gematigde Botrivier zeer goede Syrah gemaakt. In het algemeen maakt men bij hogere kwaliteitswijnen meer gebruik van de natuur en legt de wijnmaker wat minder stijl op aan de wijn. Spontane vergisting (dus zonder toevoeging van voorgeselecteerde gisten) is normaler aan het worden, langere rijping op de gisten ook. Ook wordt er minder nieuw hout gebruikt tegenwoordig, hetgeen zowel variëtale typiciteit als herkomsttypiciteit ten goede komt. Overall wordt de stijl van de huidige Zuid-Afrikaanse hogere kwaliteitswijnen door velen nog steeds als de meest ‘Franse’ of Europese van de landen van de Nieuwe Wijnwereld gezien.

 

Deel.

Uw commentaar