De renaissance van Klein Constantia

“Hoe vaak krijgen we de kans om vier decennia Sauvignon Blanc te proeven?”, was de vraag die Hans Astrom, directeur van Klein Constantia, begin mei voorlegde aan een selecte groep proevers. Veel producenten in de wereld – zelfs in Sancerre in Frankrijk, de thuisbasis van de pittige witte druif – zouden moeite hebben zo’n unieke proeverij te organiseren. “Wij verkeren in de luxepositie dat we een paar oudere flessen in onze kelders hebben liggen, en we vinden het belangrijk om wat we hebben met de wijnwereld te delen”, zei Astrom.

Je weet pas of iets de moeite waard is als je het proeft – en de verticale proeverij van de Sauvignon Blancs van Klein Constantia was over de hele linie opmerkelijk, van de 1987 tot aan de 2013, via 1989, 1992, 1995, 1999, 2004, 2007, 2009 en 2012. Er waren uitgesproken verschillen bemerkbaar als gevolg van de invloed van nieuwe wijnmakers, bijvoorbeeld in 2004, toen Adam Mason het roer overnam van de eerste wijnmaker Ross Gower, en opnieuw in 2009, toen Matthew Day Adam Mason opvolgde.

De ster van de show was ongetwijfeld de 1987. Die was oorspronkelijk gebotteld als een Blanc de Blanc in plaats van als gewone Sauvignon Blanc, vanwege de invloed van edele rotting (botrytis cinerea) op de druiven. Er wordt op eerbiedige toon over deze wijn gesproken, om de reputatie die hij in de loop van de jaren heeft ontwikkeld – mogelijk op dezelfde hoogte als die van de Cabernet Sauvignon van Nederburg uit 1974, die van wereldklasse is: een bizar goede wijn. Het is een van de waarlijke icoonwijnen van het land en de kans hem nog eens te kunnen proeven, neemt snel af. De 1987 houdt zich opvallend goed; hij is nog altijd fris, met een romige rijkdom van citroenschil en een gewicht en breedte in de mond die blijven verrassen.

Er is een krachtig verband tussen de onlangs onthulde Sauvignon Blanc Metis 2013, op natuurlijke wijze gemaakt (en met een beetje invloed van Sancerreproducent Pascal Jolivet), en die 1987: een duidelijk stenige nuance die veel meer een uitdrukking is van plaats en terroir dan van de invloed van het wijnmaken of de kelder.

De tweede renaissance van Klein Constantia – de eerste vond plaats toen de familie Jooste het in 1980 kocht en hectaren vol productiebossen rooide om wijnstokken aan te planten op de hellingen van de Constantiaberg – voltrekt zich heel snel, met een legertje arbeidskrachten die niet alleen het landhuis in Kaaps-Hollandse stijl maar ook de kelder renoveren. Astrom onthulde dat het alleen al achttien maanden duurde om de vergunningen rond te krijgen voor de renovatie van het landhuis! Maar hij heeft beloofd dat in maart 2015 “de grand old lady weer mooi zal zijn” en gebruikt zal worden voor speciale gasten, proeverijen en evenementen. “En nee, het wordt geen restaurant!”, zei hij.

Het lot van Klein Constantia vormt één geheel met dat van zijn historische zoete wijn, Vin de Constance, en ik kwam een geweldige eigentijdse anekdote tegen toen ik in april in Londen was om te jureren bij de Decanter World Wine Awards (DWWA). Tijdens een gesprek met de voorzitter van de DWWA, Steven Spurrier, vertrouwde hij me toe dat hij een zwak heeft voor Vin de Constance! Zijn eerste kleindochter – nu negen jaar oud – is Constance genoemd. “Toen ze nog maar een paar dagen oud was, heb ik haar lippen natgemaakt met een beetje Vin de Constance”, vertelde hij me.

Spurrier vertelde verder dat hij een paar flessen speciaal voor haar heeft weggelegd. “Ik bewaar ze in de kelder van mijn wijnboerderij in Dorset, en ze weet precies waar ze liggen! Ze komt vaak met me mee en vraagt dan of ze ‘haar’ wijn mag zien. Ik verheug me erop de wijn met haar te delen als ze een paar jaar ouder is, want hij heeft voor ons allebei een grote sentimentele waarde.”

Fiona McDonald

Deel.

Uw commentaar