Van oude grond – over de wijnbouwbodems van Zuid-Afrika

tekst en foto’s: Lars Daniëls MV

Alhoewel de invloed van de bodem van een wijngaard op de latere wijn het waarschijnlijk meest lastige ‘terroireffect’ is om te duiden, staat het buiten kijf dat de bodem en de geologie van invloed is op hoe druivenplanten groeien en hun druiven rijpen. En dus dat ze belangrijk zijn voor wijnkwaliteit. Uiteraard ook in Zuid-Afrika, dat kan bogen op een aantal van ’s werelds oudste wijngaardbodems.

Want ook in Zuid-Afrika zijn wijngaardbodems steeds minder vaak slechts de fysieke dragers van wijnstokken, maar worden ze –gelukkig en terecht– gezien als een levend ecosysteem, waar de gezondheid en het functioneren van de druivenplant die erin wortelt, direct van afhankelijk is.

Duizend miljoen jaar terug

Als we het hebben over de Kaapse wijngaardbodems ontkomen we niet aan een beschrijving van de geologische hoofdgroepen van gesteenten, waarop die bodems zich hebben gevormd. Het overzichtelijkst is een chronologische beschrijving. Zoals al aangegeven, tref je in de Westkaap een aantal van de oudste wijngaardbodems ter wereld aan en dus moeten we ver terug in de tijd, tot 1.000 miljoen jaar geleden. Toch voor de correctheid even wat terzijde: met oude bodems wordt hier bedoeld dat ze op oude gesteenten liggen, en daarop en daardoor gevormd zijn, niet hoe ‘ontwikkeld’ ze zijn in bodemkundige zin. Wie meer uitgebreid wil lezen hoe en wanneer de belangrijkste geologische groepen van de Westkaap zijn gevormd, verwijs ik graag naar een goede tekst elders op deze site: https://www.wosa.nl/wijninformatie/geografie-terroir/.

Schalie van Malmesbury, Kaaps graniet en Tafelbergzandsteen

Om enigszins samen te vatten, bepalen drie hoofdgroepen de geologie van de Zuid-Afrikaanse wijngebieden. De oudste heet de Malmesbury Group, waaruit de schiste en schalie stamt die op vele plaatsen terug te vinden zijn, vooral op hoogten van 20 tot 200 meter boven zeeniveau. Daarna volgde een periode waarin door vulkanisme op plaatsen graniet door de afzettingen van schiste en schalie brak, om de zogenaamde plutons (koepelbergen van stollingsgesteente) van de Cape Granite Suite te vormen. Het mooiste voorbeeld daarvan in het wijnlandschap van de Westkaap is Paarlberg, direct ten westen van Paarl. Maar bijvoorbeeld ook de bergen van Bottelary in Stellenbosch en Paardeberg, op grens van Paarl en Swartland, zijn van graniet. Vervolgens kwam de periode van afzettingen van de Cape Supergroup (Kaap Supergroep; 443-354 miljoen jaar geleden) bovenop de schiste, schalie en graniet van eerdere periodes. De bekendste en meest duurzame daaruit is het zogenaamde Tafelbergzandsteen, dat niet alleen de top van de beroemde Tafelberg van Kaapstad vormt, maar bijvoorbeeld ook van Simonsberg in Stellenbosch en van Piketberg in noordelijk Swartland. Tot de Kaapse Supergroep rekent men ook het Bokkeveldschalie, dat later is afgezet dan het Tafelbergzandsteen als zacht, kleiig gesteente (mudstone) en is veranderd in schalie. Deze schalie is jonger dan die van de Malmesbury Group en vormt de bodems van bepaalde valleien zoals de hoogvlakte van Elgin. Uiteraard hebben met de tijd tektoniek, plooiing, verwering en erosie het landschap flink veranderd; van bepaalde afzettingen zijn alleen lokaal nog delen over en bodems die erop gevormd zijn, zijn dikwijls enorm verweerd. Typerend voor delen van het wijngaardlandschap van de Westkaap is een berg met een zandstenen top, op een sokkel van graniet, omgeven door oude schalie.

Versie 2

Paarlberg – puur graniet

Ouderdom

Zuid-Afrika heeft alle recht om prat te gaan op zijn zeer oude wijngaardbodems, die bijzonder zijn in de wijnwereld. Om een vergelijking te maken met de geologische ouderdom van vele Europese wijngebieden: die van de Westkaap dateert van de geologische tijdperken Neoproterozoïcum (1000-541 miljoen jaar geleden) en Paleozoïcum (541-252,2 miljoen jaar geleden).  Het Tafelbergzandsteen, een van de jongere grootschalig afgezette gesteenten in de Westkaap is in dezelfde periode afgezet als waarin het leisteen van de Moezel is ontstaan, het Devoon, halverwege het Paleozoïcum. De geologie van grote delen van de Franse, Italiaanse en Spaanse wijngebieden gaat terug tot in het Mesozoïcum (u herinnert zich wellicht Trias, Jura, Krijt) en perioden daarna, en is daarmee beduidend jonger. Bovendien heeft Zuid-Afrika geen ijstijden gekend, dus zijn de oude gesteenten ook nooit bedekt geweest onder ijs en glaciale afzettingen. Ze liggen al heel lang aan de oppervlakte.

…en zijn nadelen

Maar de eerlijkheid gebiedt het te zeggen, ouderdom brengt ook problemen met zich mee. Allereerst –ik gaf het al aan– zijn vele bodems zeer sterk verweerd, initieel als gevolg van een warm, nat tropisch klimaat in verre verledens (waardoor ze ook zo ‘verroest’ van kleur kunnen zijn), maar ook door hun ouderdom en hun lange blootstelling aan de elementen. En met zandsteen, graniet en schalie als oorspronkelijk gesteente, in het vrij warme klimaat van de Westkaap, betekent dat vaak dat ze nogal zanderig zijn, met kleimineralen met een beperkte kationenomwisselingscapaciteit (cation exchange capacity, afgekort CEC), iets dat hun watervasthoudcapaciteit niet ten goede komt. Die lage CEC en het feit dat de bodems erg zuur zijn –ze hebben een lage pH van vaak minder dan 5.0–, bemoeilijkt tevens de opname van de belangrijkste elementaire voedingsstoffen, ook doordat wortels dan moeilijk de diepte in gaan. Dat is de reden dat Zuid-Afrikaanse producenten vaak calcium inbrengen in hun wijngaarden –tot meer dan een meter diep–, om de pH van de bodem wat te verhogen en zo hun bodems minder arm te maken. Want droog en zuur is gelijk aan arm als het om bodems gaat. En arme bodems zijn op zich niet slecht voor wijnbouw zoals we weten, maar té is nooit goed.

Oude chenin op sterk verweerd graniet, wijngaard Sadie Family, Paardeberg, Swartland

Oude chenin op sterk verweerd graniet, wijngaard Sadie Family, Paardeberg, Swartland

Uitdaging

Een en ander betekent dat het een uitdaging is om in Zuid-Afrika zonder irrigatie aan wijnbouw te doen (zeker meer landinwaarts); dry-farming is veel eerder een uitzondering dan een regel. En dat niet alleen om economische redenen dus –irrigeren verhoogt de opbrengsten–, ook om de natuurlijke conditie van de bodems. Uiteraard speelt ook het gebrek aan neerslag gedurende het warme en steeds vaker hete groeiseizoen daarbij een rol. De met name winterse neerslag, die op papier afdoende lijkt om zonder irrigatie te kunnen, wordt op vele plaatsen niet goed genoeg vastgehouden om als afdoende natuurlijke reserve te fungeren voor de warme, droge zomermaanden.

Kleine opbrengsten en bodemmanagement

We kunnen stellen dat grootschalige commerciële wijnbouw in Zuid-Afrika niet zonder irrigatie mogelijk is, zoals in vele wijnlanden ter wereld overigens. Wie wel zonder irrigatie wil telen, hetgeen op zich duurzamer is, moet sowieso genoegen nemen met kleinere opbrengsten. Bovendien is een goed doordacht bodemmanagement dan van het allergrootste belang. Een paar jaar terug nam Eben Sadie (Sadie Family Wines) ons mee naar een oude, niet-geïrrigeerde chenin blanc-wijngaard van hem in Paardeberg, om te laten zien hoe hij winterbegroeiing tussen de rijen bush vines gebruikt. Deze werkt hij eind september de sterk verweerde bodems van granietgruis in, opdat het organisch materiaal de CEC van de bodem verhoogt, en daarmee de watervasthoudcapaciteit en de potentiële voedingsopname. Ook de afstanden tussen de stokken zijn belangrijk, om de planten enerzijds te dwingen diep te wortelen, maar anderzijds niet uit te hongeren.

Eben Sadie en zijn compost

Eben Sadie en zijn compost

Het belang van cover crops

Ook Chris Mullineux (Mullineux & Leeu) benadrukt het belang van zogenaamde cover crops (bodembedekkers) maar benadrukt dat de soort begroeiing en het nut ervan afhangt van het bodemtype. Hij werkt op verweerd graniet net wat anders dan Eben: “Verweerd graniet is erg arm, dus planten we als bodembedekkers lupines (vlinderbloemen die het goed doen op zure bodems, red.) en haver. Die brengen extra stikstof in de bodem. We werken deze niet de bodem in, maar laten ze plat rollen, dan gaan de planten niet dood en blijft het vocht in de bodem. Op de schiste van Kasteelberg zijn de bodems ondiep en erg stenig. Daar is stikstof minder een issue, maar juist het openbreken van de bodems voor doorwortelbaarheid. En dus maken we daar gebruik van tuinbonen, haver maar ook onkruid, die met hun wortels de bodems openbreken en zo de druivenplant in staat stellen diep te wortelen. Nieuwe aanplant in Kasteelberg moeten we wat water geven de eerste twee jaren, anders is het geen doen voor de jonge stokken. Bij Malmesbury vragen de bodems om weer een andere benadering. De schalie daar bevat klei, maar is erg oud en fragiel, en het organisch materiaal moet bodem bij elkaar houden. Vandaar dat we die bodems maximaal éénmaal per jaar bewerken.”

Syrah en favabonen bij Malmesbury ©mullineux

Syrah en favabonen bij Malmesbury ©mullineux

DSC05652 - versie 2

Schiste van Kasteelberg, Swartland

Eerst afzien, dan duurzame kwaliteit

Niet alleen in Swartland wordt door bepaalde producenten zonder irrigatie gewerkt, ook elders. In Elgin, dat zich met zijn kleirijke bodems van Bokkeveldschalie en jaarlijkse neerslag van meer dan 1000 mm in principe beter voor dry-farming leent dan het drogere en warmere Swartland, is  Belg Koen Roose (Spioenkop Wines) een pionier. Hij vertelt over de uitdagingen van de aanplant zonder irrigatie: “Je kunt hier op onze schalie met ook koffieklip (zie kader) uit de bergen niets zaaien aan bodembedekking, want niets wil ontkiemen en de bodem is nauwelijks te bewerken. Voor de aanplant lieten we alle onkruid groeien, schoffelden dat uit en brachten het op de richel onder de stokken, om juist daar beter vocht vast te houden, goed voor de jonge plant. Ook tussen de rijen laten we alles groeien en maaien dat eenvoudigweg om. De jonge stokken zien aanvankelijk enorm af, de eerste paar jaren waren hun bladeren al in december geel. Maar langzaam wenden ze en vonden de wortels hun weg. De eerste oogst komt bij dry-farming pas na 6 tot 8 jaar, omdat de plant echt meer tijd nodig heeft om een goed wortelsysteem te ontwikkelen en genoeg water te vinden. Als je irrigeert, is er na 3 jaar al genoeg fruit voor een eerste oogst en dus de eerste wijn.” Maar de risico’s van niet irrigeren in Zuid-Afrika zijn groot, zeker als de planten nog niet zo oud zijn. “Oude niet-geïrrigeerde stokken hebben minder moeite met hete zomers. Ik heb wel een deel van mijn pinotage verloren die nog niet genoeg wortelsysteem had om de hitte te overleven. Maar goed, als ze eenmaal in balans zijn –bovengronds en ondergronds–, gaan ze ook veel langer mee. En voor mijn wijnen, die hun terroir moeten uitdrukken, mineraliteit moet hebben, wil ik kleine, concentreerde druiven. Die krijg ik volgens mij niet met irrigatie, want die gebruik je altijd meer dan nodig, ook vanwege de investering die je hebt gedaan.”

Versie 2

kader: koffieklip

Een van de meest opmerkelijke stenen die je in Zuid-Afrikaanse wijngaarden kunt tegenkomen, is de zogenaamde koffieklip. Zijn officiële naam is ferricrete, een sterk ijzerhoudende concretie (samenklontering) van klei en grind, die niet erg hard is.

 

 

Deel.

Uw commentaar